Mmf15's Blog

Just another WordPress.com weblog

Tutoropdracht week 9 november 3, 2009

Gearchiveerd onder: Uncategorized — mmf15 @ 11:23 am

Deze week was de opdracht om een buitenlandse studente in te lichten op de manier van regeren, de wetgeving etc, in Nederland.

Jessie & Yasmine:

Gedecentraliseerde Eenheidsstaat

Een `gedecentraliseerde eenheidsstaat` is de staatsvorm van Nederland. De hoogste bestuurlaag is het Rijk (of Rijksoverheid). Deze zorgt door wetgeving en toezicht voor de `eenheid`. Er zijn echter ook `decentrale` bestuurslagen, namelijk in het geval van Nederland de provincies en de gemeenten

Den Haag: regering

De regering of het parlement zijn mensen die zijn gekozen door het Nederlandse volk om het land te besturen. Zij worden ook wel volksvertegenwoordigers genoemd. Om de vier jaar zijn er in Nederland verkiezingen voor een nieuwe regering. Er zijn verschillende partijen die gekozen kunnen worden. De gekozen partijen moeten een meerderheid aan stemmen en zetels hebben. Deze partijen samen worden de regering genoemd. Vanuit denhaag worden besluiten genomen die betrekking hebben tot het gehele land. Verkeer, onderwijs, financiën, leger,  etc, wordt allemaal geregeld vanuit denhaag.  Ook het Wetboek van Strafrecht  geldt in heel Nederland.

Wat heel belangrijk is in een gedecentraliseerde eenheidsstaat is dat niet alles wordt besloten vanuit den haag, maar ook vanuit de provincies en gemeenten. Zij moeten zelf besluiten hebben die van belang zijn voor de gemeenten en provincies.

Provincies/gemeenten

Nederland is onderverdeeld in  12 Provincies. Elke Provincie heeft weer een aantal Gemeenten.

Nederland kent 441 gemeenten.

Hoe zit een gemeente in elkaar?

Ten eerste heb je de gemeenteraad. Zij heeft alle bevoegdheden om een gemeente te besturen. Het aantal leden van de gemeenteraad hangt af van het aantal inwoners van een gemeente.

Net als in Den Haag kunnen inwoners van een gemeenten stemmen op wie zij willen hebben in de gemeenteraad. Dit gebeurt om de 4 jaar.

De partijen die gekozen worden zijn de collegepartijen. Tijdens een kiesperiode stellen zij een programma op met wat zij gaan doen als zij zouden worden gekozen. Worden zij gekozen dan voeren zij dit ook uit. Ook kiezen zij wethouders (dit zijn een soort ministers binnen een gemeente).

Samen met de burgermeester vormen deze collegepartijen het college. “B&W”

Verder is er nog een raadscommissie die raad geeft bij bepaalde besluiten.

Voorbeelden van besluiten die gemeenten zelf mogen maken:

Hoogte van de gemeentelijke belasting, de manier waarop het afval wordt verwerkt en de openstelling van winkels op zondag

Vroeger .

Voor 1919 kenden we in Nederland geen algemeen kiesrecht. Eerst mochten alleen rijke mannen stemmen, daarna alle mannen, en uiteindelijk ook vrouwen. Daarvoor waren er enkel stadhouders die door de koning werden toegewezen om een stad te besturen.  De koning had hier het hoogste gezag.  Toch was Nederland ten opzichte van andere landen bijzonder. Wij hadden een lange tijd (o.a. in de Gouden Eeuw) helemaal geen soort regering als we nu gewend zijn. Pas later werd er een regering gevormd.

Vergelijking:

Dictatuur is een heel ander soort vorm van regeren. Hier wordt alles geregeld en bepaalt door 1 man, vanuit 1 punt in het land. Mensen die het niet eens zijn met de besluiten van de dictator hebben niets te vertellen en in sommige gevallen worden de opstanders opgepakt.

Voorbeeld:

http://www.trouw.nl/nieuws/politiek/article2899926.ece/Kamer_steunt_aanpak_koopzondag.html

In Den Haag wordt besloten dat een gemeenten nog meer dan 12 koopzondagen per jaar  mogen hebben. Wanneer deze zijn, mag de gemeente zelf bepalen.

Door Mervin & Sharon:

Meerpartijensystemen en coalitiepartijen

In Nederland hebben we een meerpartijensysteem. Dit houdt in dat er meerdere partijen een kans krijgen om zich politiek te vertegenwoordigen met het oog op het delen van de politieke macht.

In tegenstelling tot een eenpartijstelsel zullen in een meerpartijenstelsel mensen met bepaalde ideeën en wensen zich gaan groeperen in wat meestal politieke partijen worden genoemd. Deze partijen zullen voor de belangen (van een deel) van de kiezers opkomen door zich verkiesbaar te stellen en deel te nemen aan de verkiezingen. Op die manier wordt geprobeerd om politieke macht te verwerven en bepaalde ideeën te realiseren. Een meerpartijenstelsel wordt als essentieel aanzien voor een representatieve democratie, omdat het verhindert dat slechts één partij het politieke beleid zou bepalen en oppositie tegen dit beleid voeren onmogelijk wordt gemaakt. In een meerpartijensysteem moeten meerdere politieke partijen samenwerken om tot een werkbare meerderheid in een parlement te komen.

België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië, Canada zijn enkele voorbeelden van landen die een meerpartijenstelsel hebben.

Een nadeel van het meerpartijenstelsel is dat als er veel (kleine) partijen zijn, er moeilijkheden kunnen ontstaan om aan een werkbare meerderheid of coalitie te komen waardoor besturen moeilijker wordt. Ook is het kabinet of regering afhankelijk van de steun van de verschillende partijen in de coalitie waardoor de kans op een kabinetscrisis kan toenemen. Door een kiesdrempel (Er wordt een percentage bepaald waarmee bepaald wordt hoeveel stemmen je minimaal moet hebben om een zetel te krijgen) in te voeren kan voorkomen worden dat meerdere kleine partijen deel gaan uitmaken van de meerderheid, de coalitie dus minder versnipperd is en meer stabiliteit tijdens het besturen gerealiseerd kan worden.

Coalitieregering. Een coalitie is een verbond of samenwerkingsverband tussen verschillende groepen of partijen. Vooral gebruikt in de politiek en in oorlogstijden.

In de politiek is een coalitie samenwerking tussen verschillende politieke partijen. Hierdoor wordt het mogelijk een regering te formeren, die door een deel van de volksvertegenwoordiging wordt ondersteund. Er bestaan verschillende soorten coalities, zo heb je een minderheidscoalitie en een meerderheidscoalitie. Bij de minderheidscoalitie heeft de coalitie geen meerderheid in het parlement, bij een meerderheidscoalitie is dit wel het geval. Minderheidscoalities komen vaak voor in Scandinavische landen (bijv. Denemarken), meerderheidscoalities kan men vinden in kiesstelsels in West-Europa (bijv. Nederland, België maar ook Israël). Een minderheidscoalitie is meestal toepasbaar in landen waar een grote centrumpartij de oppositie in twee deelt. Hierdoor is er geen alternatief mogelijk en heeft een minderheidscoalitie meestal kans van slagen.

In de politiek staat tegenover de coalitie de oppositie. De oppositie heeft geen aandeel in de regering. Een oppositie is het vaak dan ook niet eens met de besluiten van de regering. De oppositie kan in een meerderheidscoalitie weinig weerstand bieden aangezien de meerderheid van de volksvertegenwoordiging achter de regering staat. In een minderheidscoalitie zal de regering echter wel rekening moeten houden met de wensen van het parlement.

In Nederland wordt evenredige vertegenwoordiging (elke stem telt even zwaar) toegepast. Hierdoor is het vrijwel onmogelijk voor één politieke partij om een absolute meerderheid te behalen. In de Nederlandse politiek is een coalitie onvermijdelijk en gewoon. Voordeel is dat een meerderheid van de kiezers vertegenwoordigd wordt; nadeel is echter dat er veel gediscussieerd moet worden tussen de partijen van de coalitie. Dit kan een vertraging van de politieke besluitvorming opleveren. De huidige coalitie bestaat uit CDA, PvdA en de ChristenUnie.

Een nieuwsbericht hierbij is:

http://www.volkskrant.nl/binnenland/article373980.ece/Informateur_neemt_zijn_tijd

 

Thomas en Teun:

Parlementaire democratie

Nederland is een parlementaire democratie. Dat betekent dat in Nederland iedere vier jaar verkiezingen plaatsvinden voor de Tweede Kamer. Met deze verkiezingen worden vertegenwoordigers gekozen die in het parlement plaatsnemen. In het parlement zijn 150 zetels te vergeven.  In de Tweede Kamer worden wetten gemaakt, met als doel een betere samenleving te creëeren.

Proces van wetgeving

De Tweede Kamer krijgt regelmatig signalen uit de samenleving dat er dingen niet goed gaan of dat er verzet is tegen plannen van het parlement. Deze signalen kunnen komen van burgers maar ook van maatschappelijke organisaties of bedrijven. Als de Tweede Kamer veranderingen wil aanbrengen in de wetgeving worden de ambtenaren ingeschakeld om het wetsvoorstel te schrijven. Deze gaat vervolgens naar de fracties uit de Tweede Kamer, meestal bestaand uit alle partijen uit de Tweede Kamer, en die schrijven een schriftelijk commentaar op dit wetsvoorstel. Dan vindt er een debat plaats in de Tweede Kamer, waar de fracties eventueel nog wijzigingen proberen aan te brengen in het wetsvoorstel. Daarna gaat het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer, waar het ook eerst nog wordt gecontroleerd door een commissie. Hier vindt ook een schriftelijke controle plaats gevolgd door eventueel nog een stemming en debat. De Eerste Kamer let vooral op de uitvoerbaarheid van de wet en of het voorstel goed in elkaar zit. Vervolgens geeft de Eerste Kamer zijn conclusie, ‘ja’of ‘nee’.

Nu is de wet erdoorheen en hoeft het alleen nog maar worden afgekondigd en in de Staatscourant worden geplaatst. De wet wordt ondertekend door de Koningin en de minister die het wetsvoorstel heeft verdedigd.

Verkiezingen en Kabinetsformaties

In Nederland zijn als alles goed gaat iedere vier jaar Tweede Kamer-verkiezingen. Hierbij kiest de Nederlandse bevolking wie zij het meest geschikt vinden om ons land te regeren. Na de verkiezingen wordt vervolgens het kabinet geformeerd. Dat gaat ongeveer zo: na de verkiezingen gaat Koningin Beatrix advies vragen over een nieuw te vormen kabinet. Dat doet ze bij de vice-voorzitter van de Raad van State, de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en alle fractievoorzitters. Na dit overleg wordt een informateur aangesteld, die als taak meekrijgt te onderzoeken welke partijen het beste een coalitieregering kunnen vormen, dit om zeker te zijn van een meerderheid in de Kamer. Als deze coalitieregering is gevormd, brengen zij hun ideeen samen in het concept-regeerakkoord. Hierna wordt er een formateur aangesteld, meestal de toekomstige minister-president. Deze gaat kijken of hij de juiste minister en staatssecretarissen bij elkaar kan brengen. Lukt dit, krijgt iedere minister/staatssecretaris een portefeuille en dan is het nieuwe kabinet een feit. Wat volgt is de bekende foto van de ministers met de Koningin op de trappen van Paleis Huis Ten Bosch. Een paar dagen later presenteert de minister-president de regeringsverklaring.

Persvrijheid in een democratie

Een voordeel van een goed functionerende democratie is persvrijheid, welke er voor zorgt dat iedere Nederlandse burger het recht heeft te publiceren zonder dat de inhoud van te voren goedgekeurd dient te worden. Op deze manier is het bijvoorbeeld mogelijk om hen mening jegens de regering en het parlement te publiceren en op deze wijze een bepaalde kwestie aan de kaak te stellen. De zogeheten vrijheid van meningsuiting wordt door de Nederlandse burger erg op prijs gesteld en zorgt ervoor dat de democratie geslaagd doorgevoerd wordt. Het feit dat er daadwerkelijk geluisterd wordt naar de burger is erg voornaam.

 

http://www.radio1.nl/contents/9777-de-pvv-is-een-bedreiging-voor-de-democratie?autostart=11360

 

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.